Onduidelijkheid VWO Nederlands vraag 13
12:52 - Maandag 17 mei '10
In het examen VWO Nederlands is onduidelijkheid over vraag 13. In de opgave wordt gevraagd naar de functie van alinea 12 ten opzichte van alinea 11. Er worden in de vraagstelling voorbeelden gegeven van mogelijke functies van alinea's.
De exacte vraagstelling is als volgt: "Alinea's kunnen verschillende functies ten opzichte van elkaar hebben, zoals: aanleiding, argument, conclusie, gevolg, nuancering, tegenstelling, verklaring, voorbeeld, weerlegging, uitwerking."
Hieruit kan men afleiden dat er in de vraagstelling voorbeelden worden gegeven van functies die alinea's ten opzichte van elkaar kunnen hebben. Het woordje 'zoals' geeft echter aan dat er meer functies kunnen zijn, die niet in de vraagstelling genoemd worden.
Volgens het correctiemodel zou men de antwoorden 'verklaring' en 'weerlegging' moeten geven. Deze stonden beide in de lijst.
Het CvE geeft hierover het volgende aan: het correctievoorschrift is bindend. Het correctievoorschrift geeft bij deze vraag aan welk antwoord juist is. Artikel 3.3 van de algemene regels van het correctievoorschrift geeft aan hoe een corrector moet handelen als een kandidaat een antwoord geeft dat vakinhoudelijk volledig juist is maar in het correctievoorschrift niet is voorzien. Beide correctoren dienen het in dat geval eens te zijn over de vakinhoudelijke juistheid.
Hopelijk is hiermee wat onduidelijkheid omtrent vraag 13 weggenomen.


