Biologie vwo vraag 24
16:03 - Dinsdag 18 mei '10
Vele klachten kwamen gisteren, vannacht en vanochtend binnen over vraag 24 van het examen biologie, een vraag over intra-oculaire lenzen. Volgens het correctiemodel was het goede antwoord op deze vraag antwoord C; veel kandidaten gaven echter aan dat antwoord A het juiste antwoord zou moeten zijn. Samen met een van de biologiedocenten verbonden aan het James Boswell Instituut hebben wij die vraag vandaag eens goed onder de loep genomen.De vraag was wat het belangrijkste verschil is tussen een intra-oculaire lens voor veraf zien (V) en een intra-oculaire lens voor dichtbij (D). Veel kandidaten kwamen tot de conclusie dat de lens voor dichtbij zien convergerend is en de lens voor veraf zien divergerend. Een zeer begrijpelijke conclusie, aangezien dit normaal gesproken met bijvoorbeeld contactlezen of de glazen in een bril wél geldt.
Het addertje onder het gras is in dit geval echter dat ook bij contactlenzen of een bril, de combinatie tussen de kunstmatige lens en de 'natuurlijke' lens (in het oog) per saldo altijd convergerend is. De intra-oculaire lenzen zijn echter een vervanging voor de natuurlijke lens, waardoor dit type lens ook altijd per saldo convergerend zal zijn. Het verschil tussen D en V is in dit geval dan ook inderdaad dat D meer convergerend is dan V!


