Round-up Eindexamens 2010
18:21 - Dinsdag 1 juni '10
Tijdens de afgelopen examenperiode heeft de Stichting Eindexamenlijn voor de eerste keer onder eigen vlag de opmerkingen van examenkandidaten en hun docenten verzameld. Bij het verzamelen en vooral ook het afhandelen en analyseren heeft de stichting gebruik kunnen maken van jarenlange ervaring. Die ervaring heeft ervoor gezorgd dat klachten snel zijn afgehandeld.Er is regelmatig contact gezocht met scholen, de onderwijsinspectie waar het organisatorische problemen betrof, of door uitgebreide inhoudelijke analyse van de examens waar het inhoudelijke problemen of mogelijke fouten in examens of correctievoorschriften betrof. Op die manier is een aantal opmerkingen (vooral over het correctievoorschrift) al tijdens de eindexamens voorgelegd aan het College voor Examens (CvE). Een nadere analyse van de overige klachten wordt op zeer korte termijn voorgelegd aan het CvE en andere betrokkenen, waardoor deze analyse gebruikt kan worden bij het overleg dat binnen het College gevoerd wordt over het vaststellen van de norm. Daarnaast kan de analyse gebruikt worden om op langere termijn de kwaliteit van de examens in de gaten te houden en zo mogelijk te verbeteren. De Stichting Eindexamenlijn zal zich daarvoor ook gedurende het jaar hard blijven maken.
Een ander punt waar de stichting zich tijdens de examenperiode mee bezig heeft gehouden is een directe terugkoppeling naar kandidaten en het brede onderwijsveld over de signalen die zij binnen heeft gekregen. Door het bewuste direct informeren hebben we geprobeerd onzekerheid bij kandidaten weg te nemen en te laten zien dat hun meldingen serieus en inhoudelijk overwogen worden. De interactie met examenkandidaten en docenten en de analyse van de meldingen hebben een scherp beeld opgeleverd van de examens. Hierdoor ontstond een goed beeld van de pijnpunten binnen de examens. De resultaten zijn naar buiten gebracht via onder andere de website www.eindexamens.nu. Uit reacties op deze website kunnen we opmaken dat vooral kandidaten deze directe nieuwsvoorziening wederom erg op prijs hebben gesteld de afgelopen examenperiode.
Over het algemeen is de stichting erg te spreken over de gang van zaken de afgelopen periode. Door haar onafhankelijke klachtenverzameling is het aantal klachten in vergelijking met voorgaande jaren wel flink gedaald. Stichting Eindexamenlijn heeft de afgelopen 10 jaar opgeroepen om alleen goed gefundeerde meldingen in te dienen. Niet voor niets staat al vijf jaar “Het heeft geen zin om veel te klagen. Goed onderbouwde klachten hebben meer zin.” bij de online versie van de eindexamenlijn. De stichting zal nooit oproepen om te klagen voor een hogere norm. Alleen als er inhoudelijke verduidelijking nodig was, wordt een oproep geplaatst. Het beperkte aantal meldingen beperkt wel de mogelijkheden tot kwantitatieve analyse bij een aantal vakken.
Hieronder wordt een kort beeld geschetst van enkele in het oog springende eindexamens dat vanuit de opmerkingen van kandidaten en docenten naar boven is gekomen. Later deze week zal de stichting Eindexamenlijn een dergelijk beeld ook voor overige examens een dergelijke analyse maken en deze gebundeld voorleggen aan het College voor Examens.
Vmbo
Vanuit de verdeling van de klachten over onderwerpen heeft de Eindexamenlijn sterk de indruk dat de organisatie en voorbereiding voor VMBO leerlingen minder goed is dan op de andere niveau’s. In verhouding worden er vaker organisatorische problemen gemeld. Hieronder kijken we kort naar de inhoud van de klachten over enkele examens:
In het examen VMBO GLTL Biologie zat een vraag over vechtende varkens. Er moest een percentage uitgerekend worden. Het percentage “in het oor bijten” van alle winnaars die bijtgedrag vertoonde. Veel leerlingen hebben echter een percentage van alle winnaars genomen. Het Biologie examen werd moeilijk gevonden, maar op dit punt lijkt geen afwijking te zitten ten opzichte van eerdere jaren.
In het examen VMBO GLTL Economie zat een instinker. Examenkandidaten moesten de juiste grafiek kiezen. De vraag leek te gaan over een tijdspad. Namelijk een prijsverhoging waarna er minder verkocht zou worden. In de grafieken zat echter geen tijdsas en was daardoor slecht te beantwoorden.
Relatief veel leerlingen gaven aan dat ze het gevoel hadden dat ze voor het Biologie examen VMBO KB niet goed voorbereid te zijn door hun school. De moeilijkheidsgraad ligt dit jaar iets hoger dan voorgaande jaren.
Havo
Het meest opvallende examen op de havo was dit jaar Nederlands. Een groot deel van de kandidaten gaf aan dat het examen te moeilijk was door moeilijke en onduidelijke vragen; zo’n 31% van de scholieren gaf aan dat dit het geval was, waar dat gemiddeld over alle examens 24% is. Ook in vergelijking met voorgaande jaren wordt er opvallend veel op specifieke vragen gereageerd (een trend die zich over de afgelopen drie jaar afgespeeld). Met name de samenvatting vonden kandidaten een groot struikelblok; van alle reacties waarbij een vraagnummer was ingevuld, ging 64% over deze vraag. Van zowel kandidaten als docenten kwam de opmerking dat de punten die verwerkt moesten worden lastig in de tekst te vinden waren. Daarnaast bleek het aantal woorden ook dit jaar weer een punt dat problemen opleverde voor leerlingen te zijn. Over het algemeen valt op dat in vergelijking met voorgaande jaren minder wordt aangegeven dat kandidaten vinden dat ze onvoldoende op het examen zijn voorbereid.
Ook over het examen wiskunde B kwamen de nodige klachten binnen. Opvallend was hierbij dat de verdeling over de categorieën vrij sterk afwijkt van het gemiddelde; zo ging 78% van het aantal klachten over ‘het examen als geheel’, waar dit gemiddeld over alle examen slechts 58% is. De categorieën ‘Het hele examen was te moeilijk omdat de vraagstelling moeilijk/onduidelijk was’ en ‘Het hele examen was om een andere reden te moeilijk’ sprongen er hierbij in het bijzonder uit. Uit de toelichting werd duidelijk dat veel kandidaten moeite hadden om te begrijpen wat er nu precies gevraagd werd. Daarnaast werd er regelmatig veel extra informatie gegeven; de kandidaten waren door de combinatie van onduidelijke vragen en veel tekst teveel tijd kwijt aan het steeds opnieuw doorlezen van zowel de vraag als de teksten.
Ook in het examen wiskunde A op hetzelfde niveau bleek met name de onduidelijkheid van de vragen de kandidaten parten te spelen. Opvallend binnen dit examen was echter dat één vraag er duidelijk uitsprong; met name vraag 13 werd door veel kandidaten als lastig betiteld. Het was volgens de scholieren niet duidelijk welke gegevens er gebruikt moesten worden om het antwoord te kunnen berekenen.
Vwo
Biologie op vwo niveau leverde voor examenkandidaten verschillende problemen op. De Stichting Eindexamenlijn heeft voor een aantal van die problemen zelf ook de hulp van deskundigen (van het James Boswell Instituut) moeten inroepen. Voor zover naar aanleiding van de opmerkingen van kandidaten is nagegaan hebben we echter geen directe fouten in het examen kunnen vaststellen. Wel zaten er verschillende erg ingewikkelde vragen in. Veel reacties kwamen binnen over vraag 7, volgens kandidaten zou het correctiemodel hier incompleet zijn; onder andere 'DNA' en 'chlorofyl' / 'chloroplast' zou ook goed gerekend moeten worden. Als vanouds kwamen ook veel reacties binnen over de hoeveelheid rekenwerk die het examen bevatte, vooral vraag 34 waarbij kandidaten kansberekening moesten toepassen op DNA-profielen bleek voor veel kandidaten zonder wiskunde A in hun pakket een lastige opgave.
Bij het examen management en organisatie leverde vooral de vraagstelling problemen op voor verschillende kandidaten. Bijna 25% van de opmerkingen van kandidaten en docenten over dit examen betreft de vraagstelling. Vooral opgave 2 wordt vaak genoemd als lastig te begrijpen. Een examenkandidaat schreef bijvoorbeeld: “Ik snapte vaak niet wat er bedoeld werd. Daardoor heb ik een ander antwoord gegeven dan dat de bedoeling was.” Daarnaast gaan opvallend veel van de opmerkingen over het feit dat er te weinig kennis werd teruggevraagd in het examen. Een docent noemt het een ‘bronnenexamen’, waarmee hij erop doelt dat er vooral vragen gesteld worden naar aanleiding van het goed lezen van bronnen, zonder dat daarbij voldoende vakkennis wordt teruggevraagd.


