VWO Nederlands
17:08 - Donderdag 19 mei '11
Over het eindexamen Nederlands op vwo horen we vooral dat deze te ingewikkeld en moeilijk was. De reacties richten zich op de samenvatting. Er worden in de tekst teveel moeilijke woorden gebruikt en dat is verwarrend. Opvallend is dat er dit jaar relatief weinig meldingen zijn over een tekort aantal woorden. Dit was in de afgelopen jaren wel vaak een probleem. Daarnaast vallen vraag 6 en 19 op in de meldingen.vraag 6
Op het eindexamen Nederlands voor het vwo van afgelopen maandag kwamen meerdere reacties binnen over vraag 6. Het antwoord in het correctievoorschrift zou niet goed zijn.
De vraag was welke verandering in het debat plaatsvond in de periode van het cultuurrelativisme / postmodernisme. De kern van het antwoord diende volgens het antwoordmodel gericht te zijn op het vervangen van het nuanceren/aftasten van verschillende morele argumenten door rechtlijnigheid. Deze verschuiving zou echter volgens leerlingen het einde van de periode van het cultuurrelativisme inhouden, en dus niet zozeer een verandering van het debat zijn die binnen die periode heeft plaatsgevonden.
De Stichting Eindexamenlijn heeft het examen en de bijbehorende tekst bekeken. De verandering die in het debat genoemd, is is inderdaad het "begin van een eind" van een periode. In de vraag, wordt juist gevraagd naar een hele periode. Dan kan verwarrend zijn.
In de vraag wordt echter ook verwezen naar alinea 4. De enige verandering van debat die in alinea 4 genoemd wordt, is de verandering die volgens het correctievoorschrift het juiste antwoord is. De vraag is daarmee wellicht niet volledig scherp gesteld, maar biedt alsnog voldoende aanknopingspunten om tot het juiste antwoord te komen.
vraag 19
Ook vraag 19 uit het examen valt op. Deze vraag kan op twee manieren uitgelegd kan worden. De vraag gaat over kenmerken waaraan hedendaagse deelnemers aan het publieke debat moeten voldoen. De verwarring draait om het volgende: moeten er kenmerken genoemd worden waar debaters volgens de auteur van het tekstfragment aan zouden moeten voldoen of kenmerken waarvan de debaters zelf denken dat ze eraan moeten voldoen?
Het correctiemodel geeft uitsluitend kenmerken waarvan debaters zelf denken dat ze eraan moeten voldoen als juist antwoord. Veel kandidaten kiezen vaak de andere optie. Naar ons idee is de vraag inderdaad wat verwarrend geformuleerd. Juist omdat de auteur van het tekstfragment een alternatieve mening beschrijft. Ondanks dat de vraag wat verwarrend is geformuleerd, zijn naar ons idee voldoende aanknopingspunten te vinden om te komen tot een juist antwoord. Er is namelijk specifiek gevraagd om 'directe of indirecte kenmerken' te 'benoemen of herleiden' waaraan deelnemers van het debat 'menen te moeten voldoen'. Daaruit valt af te leiden dat niet de mening van de auteur van het tekstfragment gevraagd wordt, maar de mening van de debaters zelf.

